Albert (54) uit Leeuwarden stond voor iedereen klaar, maar pakte niemand met fluwelen handschoentjes aan

Taakgestraften, vluchtelingen, mensen met psychische problemen of een verslaving, echte Liwwadders: iedereen was welkom op de werkplaats Oud-Oost in Leeuwarden. Ieder werd gewaardeerd om wie die was, kon aan zijn talenten werken. Dat was de grote verdienste van Albert Ronner, coördinator van de plek met onder meer een hout- en metaalafdeling en fietsenwerkplaats.
Het was Albert die in 2012 aan de wieg stond van de werkplaats, samen met Senan Hubanic, toen nog in een garagebox in de Vlietzone. Met vele vrijwilligers deden ze klussen voor wijkbewoners: tuintjes opknappen, kleine verhuizingen, fietsen repareren, et cetera. Binnen een paar jaar groeide de plek uit zijn jasje en verhuisde de werkplaats (tegenwoordig onderdeel Netwerkcentrum Leeuwarden) naar de Ouddeelstraat.
Albert was inmiddels uitgegroeid tot begeleider, maar nog altijd op vrijwillige basis. In december 2020 kwam hij officieel in dienst bij welzijnsorganisatie Amaryllis, als een van de eerste medewerkers van het nieuwe team ‘Ontmoeten en meedoen’. Iets waar hij eigenlijk al jaren mee bezig was: wees welkom, er is altijd wel iets wat je leuk vindt en samen helpen we weer anderen, was het motto van Albert.
Kattenkwaad uithalen
Hij herkende zich in de doelgroep. Albert had zelf een bewogen, maar plezierig leven en kende de situaties waar zij tegenaan konden lopen. De geboren Liwwadder (1970) groeide op in de Oldegalileën, waar zijn ouders café-hotel Blauwhuis hadden. Albert had een hekel aan school, liever speelde hij buiten: lekker kattenkwaad uithalen. De weekends en vakanties bracht het gezin door op de camping in Makkum, iets waar Albert warme herinneringen aan bewaarde.
Na de lagere school volgde de technische school waar hij werd opgeleid tot schilder. Maar daar zou hij niks mee doen. Al op zijn zeventiende ging Albert aan het werk, bij de haringinleggerij op het Vliet. Het was het begin van een veelzijdige loopbaan waarin hij alles aanpakte. Zo werkte hij in de bouw, als liftboy bij de Avérotoren en als betonijzervlechter in Duitsland. Rond 2000 nam hij het café van zijn ouders over. Maar een eigen bedrijf bleek niks voor de niet al te zakelijk aangelegde Albert. Hij genoot liever van het stappersleven met losse baantjes in de horeca.
Maar zijn hart lag in de werkplaats, hier kwam alles samen wat belangrijk was voor Albert: nuttig bezig zijn, mooie dingen maken, anderen helpen en bovenal ervoor zorgen dat alle vrijwilligers zich waardevol voelden.
Altijd een oplossing
Albert dacht in mogelijkheden en oplossingen, voor werkelijk alles. ‘Wie er ook belde, collega’s van de wijkteams, de reclassering, scholen, zorgorganisaties of vrijwilligers zelf, Albert had altijd een oplossing’, memoreerden zijn collega’s bij het afscheid. Albert regelde de klussen, zijn collega’s konden zich dan bezighouden met de administratie die bij het werk van Amaryllis hoorde.
Hij stond voor iedereen klaar. Voor een dakloze deelnemer regelde hij een slaapplaats, een vrijwilliger die ziek was bracht hij wekenlang elke vrijdagochtend naar het ziekenhuis, waar hij hem later die dag weer ophaalde. Maar mensen moesten het ook zelf doen en willen, en respect hebben voor anderen. Albert pakte niemand met fluwelen handschoentjes aan, maar gaf wel iedereen een eerlijke kans, en soms ook nog wel een tweede of derde, wat iemands achtergrond ook was.
Het maakte voor Albert niet uit wie hij voor zich had: hij keek op geen enkele persoon neer, maar hij kroop ook voor niemand. Vrijwilliger, ambtenaar of directeur: ze hadden allemaal dezelfde man voor zich.
Bar bebingo’s
De coördinator zorgde ook voor sfeer en humor op de werkplaats. Op feestjes draaide hij de – steeds fouter wordende – muziek. Vermaard waren de ‘barbebingo’s’ die hij organiseerde, memoreerde naaste collega Karin Muizer: barbecue met bingo. Albert genoot van de voorpret: cadeautjes uitzoeken, vlees en drank halen, wat gekke kleding uitzoeken en samen quizvragen voorbereiden.
Teamdagen van ‘Ontmoeten en meedoen’ begonnen vaak met een grapje van Albert om het serieuze gedeelte wat lichter te maken en eindigden bijna altijd met een ‘narcolepsia’ in café Dr Watson: een drankje, genoemd naar de aandoening waarbij men opeens in slaap valt.
Ja, Albert was een levensgenieter pur sang, vertelt zijn grote liefde Francisca Ferwerda, met wie hij de laatste dertien jaar samen was. Ook thuis was hij de belichaming van ontmoeten en meedoen: iedereen is welkom en iedereen doet mee.
Groot was de schok toen in april bleek dat hij uitgezaaide darmkanker had. Albert liet zich niet uit het veld slaan en bleef zolang hij kon aan het werk. ‘Vaker dan we dachten reed zijn witte busje de parkeerplaats weer op en deed hij alsof er niets aan de hand was’, vertelde Karin. Drie weken voor zijn overlijden zei hij: ‘Even kieke hoe het morgen gaat, maar als het goed is ben ik er morgen weer.’ Het bleek zijn laatste werkdag. Albert Ronner overleed op 13 november. Hij werd 54 jaar.
Bron : Leeuwarder Courant, 9 januari 2025. Foto : Familie